Redding Chris Broere
december 2010
Redding Chris Broere
In elk Y Journaal leest u de tips van de KNRM: zij wijzen ons op kleine praktische dingen aan boord die grote gevolgen voor de opvarenden kunnen hebben. Maar ook voor wie zich daaraan houdt, kan het ineens levensreddend blijken als de KNRM uitrukt omdat dringende medische hulp noodzakelijk is. Dit overkwam Y-lid Chris Broere toen hij in 2009 met zijn Marleen op hun Ahra vanuit Engeland op terugreis was naar thuishaven Durgerdam.
Chris zelf weet van deze uren eigenlijk niets meer, maar is gelukkig anno 2010 weer helemaal de oude. Zijn redders vertelden in het blad van de KNRM hoe het er in 2009 aan toe ging. Als u dit hebt gelezen, zult u het allemaal met Chris eens zijn: eigenlijk behoren álle Y-ers ‘Redder aan de wal’ (lees: donateur) te zijn van de KNRM … zo aan de vooravond van het nieuwe jaar een mooi punt ter overdenking.
Eerst meer info nodig of nu meteen aanmelden? Ga dan naar www.knrm.nl.
Of kom op 29 januari a.s. naar de lezing van de KNRM in het clubschip Durgerdam.

Achteraf
Westkapelle, 18 augustus 2009, wind ZW3, inzet reddingboot ULY
Soms vallen er zoveel puzzelstukjes tegelijk op zijn plaats dat het zelfs voor een nuchtere Zeeuw moeilijk is te blijven volhouden dat dingen ‘zomaar’ gebeuren. ‘Ik weet het niet’, zegt Jordy Conté schouderophalend. ‘Je kunt erover filosoferen. Maar filosoferen en de KNRM is geen combinatie …’.
En dus laat hij het erbij, de 34-jarige opstapper. Of beter gezegd: de voormalige opstapper, want Conté vaart als gevolg van een medische ingreep niet langer mee op de reddingboot Uly. ‘Enkele maanden voor de bewuste dag had ik bij de ploeg aangegeven dat het varen voor mij niet langer ging. Mijn evenwichtsorgaan is aangetast en daardoor word ik zelfs bij het vlakste zeetje al zeeziek. Ik voelde me aan boord niet langer comfortabel en twijfelde aan mijn meerwaarde. Voor mij reden om er – met pijn in het hart – mee te stoppen.’ Jordy bleef echter aan het reddingbootstation verbonden, als helper aan de wal.
‘Tot die dag …’ verzucht hij. ‘Ik was op het strand toen om 13.15 uur de pieper ging. Binnen twee minuten was ik in het boothuis. Ik maakte de boot klaar voor vertrek en wilde net van boord springen toen de bemanning mij met klem vroeg te blijven. Er was volgens de Kustwacht sprake van ‘een boot met gehandicapten en een epileptische aanval’. Vanwege mijn medische kennis wilden mijn maten dat ik bleef. Ik heb niet nagedacht en geroepen dat ze gas moesten geven.
Eenmaal aan boord van het jacht zag Jordy al snel dat er meer aan de hand was dan epilepsie. Een man van rond de zestig lag aan dek. Hij en zijn vrouw hadden beiden een lichamelijke handicap. De man reageerde nergens meer op. Niet op praten, niet op pijnprikkels. Het enige waren zijn ogen.
Die ogen … ik zal ze mijn leven lang niet meer vergeten. Die ogen schreeuwden ‘help me, help me.’
We bestelden een helikopter voor transport naar het ziekenhuis en zoals te verwachten viel, begon ik mij niet goed te voelen. Ik zei tegen de jongens dat ik van boord wilde, maar zij lieten mij in klare taal weten dat ik niet van boord ging en moest wachten. De jongens hadden gelijk en bij mij ging er toen een knop om. Ik ben vanaf dat moment onophoudelijk met de man bezig geweest.’
Nadat de man, bij wie Jordy een hersenbloeding vermoedde, in de helikopter lag, sprak de maat van Jordy de vrouw aan. De vrouw wilde aan boord blijven. Ties zei haar dat ze beter mee kon gaan, omdat wij anders niet konden garanderen dat ze haar man ooit nog levend terug zou zien.
Pas toen drong ook bij haar de ernst van de situatie door en ging ze in allerijl mee in de heli.
In de weken die volgenden hoorde Jordy niets van de afloop. Natuurlijk schiet het met regelmaat door je hoofd, maar ik wilde het ziekenhuis niet bellen. Wij hadden ons werk gedaan. Daarna moet je het overgeven. En dus bleef het stil. Totdat Jordy aan het koffieschenken was tijdens Reddingbootdag, negen maanden na de bewuste dag. Ik hoorde een vrouwenstem die twee koffie bestelde en aansluitend zei: ‘Kijk Chris, dit is ‘em’. Ik keek op en keek als door de bliksem getroffen, want pal voor mij stonden ‘die ogen’.
Jordy riep zijn maten en nam de mensen mee naar het bemanningsverblijf, weg uit de drukte van Reddingbootdag. ‘We hebben lang gepraat, wat voor ons beiden heel emotioneel was. De mensen waren ons dankbaar, en ik heb steeds maar één ding tegen de jongens geroepen: ‘Hier doen we het voor!’. Jordy zelf vindt het ook nog steeds een wonderlijk verhaal. De voormalige opstapper die niet mee zou, toch meeging en een sleutelrol vervulde bij de redding (zijn diagnose hersenbloeding bleek achteraf juist) en een klein jaar na dato de bevestiging kreeg van zijn goede werk. ‘Ach, dat onverwachte. Dat is reddingwerk op zijn mooist!’.

- Home
- Vereniging
- Havens
- Wedstrijden
- Evenementen
- Jeugd
- Stamtafel
- Contact



